Waarom dieren?


Houd jij van dieren?
Wellicht zeg je ‘ja, wat een stomme vraag.’
Natuurlijk houd je van dieren.
Je hebt een hond, kat of konijn.
Je geniet van de vogeltjes om het huis.
En je hebt in het bos zelfs wel een hert of vos gezien.
Hoe kun je daar niet van houden?

God heeft dieren in al hun verscheidenheid en pracht gemaakt.
De kleine en de grote.
De kruipende, lopende, vliegende en zwemmende dieren.
De olifant, de kat en de dolfijn.
Het lieveheersbeestje en de spin.
Allemaal vervullen ze een bijzondere taak op de wereld.

De Bijbel staat er dan ook vol mee.
‘Kijk hoe de mieren werken en word wijs’ (Spreuken 6:6).
‘Geen enkele mus valt op de grond zonder dat je hemelse Vader ervan weet.’ (Matt. 10:29)
‘Vraag de dieren hiernaar, ze zullen je onderrichtten. Vraag de vogels in de lucht, ze zullen het verkondigen.
Of spreek tot de aarde, ze zal je onderrichten, het wordt je verteld door de vissen van de zee.
Wie weet van al deze dingen niet: de Heer heeft ze tot stand gebracht. Want in Zijn macht is de ziel van al wat leeft, in zijn macht de adem van het menselijk geslacht.’ (Job 12:7-10).

En daar gaat het om.
Dieren zijn, net als mensen, allemaal door God gemaakt.
Elk dier dat geboren wordt is, net als een mens, een nieuw klein wonder.
Dieren leven, net als mensen.
Dieren ademen, net als mensen.
Dieren hebben, net als mensen, een ziel.

‘En dit,’ zei God, ‘zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie en alle levende wezens bij jullie: ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde. Wanneer ik wolken samendrijf boven de aarde en in die wolken de boog zichtbaar wordt, zal ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft, en nooit weer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt. Als ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen God en al wat op aarde leeft. Dit,’ zei God tegen Noach, ‘is het teken van het verbond dat ik met alle levende wezens op aarde gesloten heb.’

Het gaat daar over de regenboog.
Het teken van het verbond dat God met alle mensen en alle dieren sluit.
God wil geen dood, maar vrede.
Net zoals in het paradijs.

Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.’

De schepping was voltooid. De aarde, de sterren en planeten, de bomen, de dieren en mensen waren allemaal gemaakt. En om te groeien en te leven gaf God hen allemaal vruchten en planten te eten. Zo wilde God het. En het was niet goed, het was zeer goed. De schepping was compleet volmaakt.

En toen kwam de zondeval.
Kaïn doodde Abel.
Mensen doodden dieren.
Dingen die God nooit had gewild.
Maar het was niet de wil van God die dit veroorzaakte.
Het was de mens zijn vrije wil.

In de hemel is het anders.
Op de nieuwe aarde is het anders.
‘Een wolf zal bij een lam verblijven, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. En koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro.
Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang. Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg.
Want kennis van de Heer vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.’ (Jesaja 11: 6-9)

God houdt van dieren.
God beschermt dieren.
God heeft nooit gewild dat we dieren doden.
Dat is de vrije wil van de mens.

Met die vrije wil kunnen we elke dag keuzes maken.
Jij en ik, elke dag opnieuw.
Laten we een dier leven?
Zoals God het altijd heeft gewild?
Omdat ze een ziel hebben en God’s levensadem dragen?
Omdat ze onderweg zijn naar de hemel, net als wij?

Of zetten we ons vork in hun vlees en genieten we van hun smaak voor een minuut of twee?
We kunnen dat, zeker.
Er is niemand die ons tegenhoudt.
Behalve misschien de kennis van de Heere.
Hij heeft alle dieren gemaakt.
In al hun pracht en veelzijdigheid.
God wil de dieren beschermen.
Hij maakte Zijn verbond met mens én dier.

Welke keuze maak jij?












X